Posts Tagged ‘poëzie’

Wierook, mirre en een buil shag

25/12/2012

fuck-yeah-beards

GEBOORTEKAARTJE

Bij dezen delen wij blijde mede
dat Onze Jezus
geboren is

Jezus weegt zestien pond
en is een goedlachse baby

moeder en kind maken
het redelijk. Cadeautips:
wierook, mirre, en een buil shag
voor Jozef want
die heeft het ook niet makkelijk

(Gedicht: Martijn Neggers – Foto: Fuck Yeah Beards)

Advertenties

Onder de appelboom

16/07/2012

Twee gedichten ter herinnering aan Rutger Kopland, vorige week woensdag overleden op 77-jarige leeftijd.

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland
uit: Onder het vee,
Van Oorschot, Amsterdam 1966

***

Vertrek van dochters

Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.

En gevoeld en geroken als ze me kusten,
een huid en een haar die niet meer voor mij
waren bedoeld, niet zoals vroeger,
toen we de tijd nog hadden.

Er was in ons huis een wereld van verlangen,
geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun
kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
zouden nemen, hun herinneringen.

Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies datzelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.

Rutger Kopland
uit: Dit Uitzicht
Van Oorschot, Amsterdam, 1982

Wij veroorzaken elkaar

26/01/2012

Thuiskomst

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten.
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.

(uit: ‘Waar de engel gaat’ – Bernard Dewulf)

http://www.gedichtendag.com/

Kleiner hart, kortere armen

14/11/2011

In de herfst heb ik anders lief.
Met een kleiner hart, met kortere armen,
met meer misschien,
minder u
en meer mij.

Trager ook, met meer afscheid
in mijn streling, meer gedachten
in m’n handen. Stiller. Vager.

Voorlopiger.

(“In de herfst heb ik anders lief” uit “Vlees mij!” van Stijn Vranken – Foto door WWWest op deviantART)

Ik lach, jij kijkt

12/07/2011

Vandaag is het 2 jaar geleden dat de Nederlandse dichter, filosoof en nationaal figuur Simon Vinkenoog (1928-2009) is gestorven. Hieronder één van zijn gedichten, getiteld “Photomaton”.

Bron foto: Le Méchant Loup

PHOTOMATON

Zo’n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden.
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.

Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto’s zit ik rechts.

We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.

Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.

Ik lach, jij kijkt.
Zo’n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn. Kijken of het lijkt.

(Simon Vinkenoog)

Delicate yet sharp, like broken porcelain

30/06/2011

Pale white face,
anxious little eyes.
My pretty porcelain doll
knows she will break
when I drop her.

Vintage doll heads via Regina’s Studio op Etsy.

Een aanslag op de goede zeden

13/06/2011

“Ginsberg is both tragic and dynamic, a lyrical genius, con man extraordinaire and probably the single greatest influence on American poetical voice since Whitman.” — Bob Dylan

Filmrecensie – HOWL

San Francisco, 1957. Poëet Allen Ginsberg (James Franco) wordt samen met zijn uitgever aangeklaagd voor zijn controversiële gedicht “Howl”. Een proces dat in de media al snel de bijnaam “The Obscenity Trial” krijgt en door een groot deel van de Amerikanen met argusogen wordt gevolgd. Het gedicht zou lasterlijk zijn en de goede smaak en zeden van de brave burgers aantasten. Het schandaalproces wordt een symbool voor de kloof die eind jaren ’50 ontstaat tussen enerzijds de opkomende Beat Generation of “San Francisco Renaissance” – een literaire beweging van bohemiens die aan de Amerikaanse Westkust begint en staat voor (seksuele) vrijheid, tolerantie ten opzichte van andere culturen, literatuur, poëzie, jazz en drugs – en anderzijds de oerconservatieve Amerikaanse burgerij. De meningen over het gedicht verdelen de Amerikaanse samenleving: wat voor de één een baanbrekend literair meesterwerk is, is voor de ander een obsceen, pornografisch werk dat enkel aan een zieke en sensatiebeluste geest ontsproten kan zijn.

The Obscenity Trial That Started a Revolution. The Poem That Rocked a Generation.

“There are books that have the power to change men’s minds”

De film HOWL toont ons het leven van de jonge dichter Allen Ginsberg. Hoe hij verliefd wordt op schrijver Jack Kerouac (dat andere icoon van de Beat Generation), hoe hij worstelt met zijn geaardheid en hoe zijn onderdrukte gevoelens tot uiting komen in “Howl”, een gedicht dat bol staat van verwijzingen naar seks, meer bepaald seks tussen mannen. Het hoeft niet te verbazen dat een storm van protest uitbreekt wanneer Howl wordt gepubliceerd. Ironisch genoeg krijgt het werk net door dit protest en het schandaalproces dat erop volgt de status van icoon. Het wordt een symbool van onderdrukking voor de opkomende generatie jongeren die niet langer genoegen nemen met het strenge keurslijf dat hen wordt opgelegd door de conservatieve naoorlogse samenleving.

HOWL wisselt gebeurtenissen uit heden en verleden af met flarden animatie en fragmenten uit het gedicht. De animatie is gebaseerd op werk van grafisch kunstenaar Eric Drooker. Geen toeval als je weet dat de man in 1996 door Ginsberg zelf werd gevraagd om een bundel met verzameld werk, getiteld Illuminated Poems, te illustreren. Spijtig genoeg is de animatie niet altijd even goed uitgewerkt en hier en daar zelfs wat houterig. Daarom waren sommige bewegende beelden beter vervangen geweest door stilstaande opnames van Drookers werk. De impact ervan was waarschijnlijk groter geweest.

Deze kritische noot ter zijde, is deze semidocumentaire zeker de moeite waard om te bekijken. Althans voor wie geïnteresseerd is in de Beat Generation en het werk van Allen Ginsberg. Mensen die geen enkele interesse hebben voor poëzie zullen zich waarschijnlijk doodergeren aan deze prent. In elk geval kan het geen kwaad om wat achtergrondinfo over Ginsberg en zijn gedicht op te zoeken alvorens je aan de film te wagen. HOWL is volledig opgebouwd rond stukken tekst uit interviews met Ginsberg, brieven van de schrijver en fragmenten uit het gedicht. Daardoor is het een tamelijk veeleisende film die niet altijd even gemakkelijk te volgen is. Het regisseursduo, Rob Epstein en Jeffrey Friedman, maakt om de haverklap chronologische sprongen tussen heden (kleur), verleden (zwart-wit) en de surrealistische dimensie van de poëzie (animatie). Ook de tekst springt onaangekondigd heen en weer van dialogen over proza naar poëzie en omgekeerd. Dit alles op een soundtrack die uitsluitend uit jazz bestaat, tevens kenmerkend voor de Beat Generation.

“You can’t translate poetry into prose. That’s why it’s poetry.”

Als de “taal” van deze film dus ietwat wispelturig en onsamenhangend overkomt, dan heeft dat waarschijnlijk te maken met wat één van de verdedigers van Ginsberg op het proces naar voren brengt: “You can’t translate poetry into prose. That’s why it’s poetry.”. Hetzelfde geldt voor film en poëzie, twee vormen van expressie die even verschillend als onverzoenbaar zijn. Toch hebben Epstein en Friedman met HOWL een interessante dialoog tussen beide teweeg gebracht en zijn ze erin geslaagd inzicht te geven in de tijdsgeest van de jaren ’50 en de veranderingen die Beatniks als Ginsberg en Kerouac teweegbrachten in de literaire wereld en de maatschappij in het algemeen.   © RC

HOWL
Regisseur/ producent: Rob Epstein en Jeffrey Friedman
Cast: James Franco, David Strathairn, Jon Hamm, Alan Alda, Jeff Daniels
Duur: 86 min

Eric Drooker over zijn relatie met Ginsberg en het werk dat hij maakte voor HOWL:

De televisie sneeuwt, de kraan lekt en de stoelen kraken

07/06/2011

Alleen is een kamer

Alleen is een kamer
zonder raam
dat uitziet op een stad vol fantastische mensen
in twee categorieën:
zij die jou niet kennen
en zij die niet van je houden.

Het is de kamer waar de deur wijd openstaat
omdat een oude vriend ze niet heeft dichtgedaan,
toen hij drie maanden geleden langskwam
om te vragen waar je ex tegenwoordig woont.
En om je boormachine te lenen.

Alleen is de kamer waar de telefoon nog
in de verpakking zit, waar de post bestaat uit
ongeadresseerd drukwerk en heel soms
een brief, gericht aan de vorige huurder.

Het is de kamer waar de klok op te laat staat,
de televisie sneeuwt, de kraan lekt en de stoelen
kraken. Waar planten zich bukken als je ertegen
praat, waar de hond wegvlucht als je hem roept
en waar de vissen altijd
aan de áchterkant van de bokaal zwemmen.

Alleen is de kamer waar ’s avonds,
wanneer de stilte geeuwt,
en je maar weer ravioli uit blik eet,
plots het licht uitvalt.

En dan, op straat iemand naar je roept (…)

Of nee,
toch niet.

(uit Vlees mij! – gedichten van Stijn Vranken)

Herinnering

08/02/2011

Herinnering
is net een maniak
aan de telefoon
die maar niet ophoudt
met bellen.

(Liefde is business – Arnon Grunberg)

Weegschaal

21/01/2011

Zelfs de weegschaal waarop zij staat
kan wat verdwijnt niet langer aan,
wil elke ochtend toch weer zien
hoeveel haar laken van haar steelt,
heeft heimwee naar haar molligheid.

O de weegschaal weet maar half
hoeveel zij weegt voor mij, altijd.
Hoeveel maar van me overblijft
wanneer men háár aftrekt van mij.

Wie wil, wie wil een stuk van haar?
Laat mij een bril, een sjaal, één lok,
maar laat mij iets.
Zij weegt nog alles met haar haar.
Kaal weegt zij niets.

(Luuk Gruwez, K III Weegschaal)