Archive for the ‘boeken’ Category

The strange doubleness of our brains

16/01/2015

In haar boek Are You an Illusion? stelt de Britse filosofe Mary Midgley zich vragen bij de overdreven aandacht die we in het Westen schenken aan exacte wetenschappen en vooral bij de neiging van hedendaagse wetenschappers om de menselijke psychologie steeds meer te beperken tot pure chemie en fysica.

Over het gedweep met fysica als enige “juiste” manier om zaken te verklaren zegt ze het volgende:

“Why does this one kind of thought have this special status? Wolpert writes as if all other organized human thinking – all the arts & crafts, history, poetry, geography, musicology, linguistics, logic and the rest of it – did not exist. These disciplined ways of thinking are, however, what has enabled the human race to deal with the fearful range of problems that has confronted it during countless aeons, problems quite unlike the highly abstract ones that are railed off for physics and certainly no less important.”

Het probleem van innerlijke conflicten en het verschil tussen onze linker- en rechterhersenhelft weet ze ook mooi samen te vatten:

“This is important because these inner conflicts are, of course, a crucial aspect of our lives. They always make it hard to consider the self as, indeed, a single whole. Yet this wholeness – this ‘integration of the personality’ as Jung called it – is essential to all our thinking, including our ordinary personal lives. We do not have the option of really turning into pairs of separate people. Nor, of course, do we have a complete, organized unity, as a simple machine might. But we each have within us an ongoing unifying enterprise, a more-or-less workable inner polity. We are often busy in reconciling its endemic conflicts. And there are various aspects of our lives that do make us feel divided. We should perhaps look here at one more of these oddities : the strange doubleness of our brains.”

Een interessante boekbespreking vind je op de site van de Financial Times.

Advertenties

Go to Heaven for the climate, Hell for the company.

30/11/2014

Mark_Twain_by_AF_Bradley

Vandaag is het precies 179 jaar geleden dat de Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835 – 1910) geboren werd. Enkele quotes van deze schrandere geest:

“Laws control the lesser man… Right conduct controls the greater one.”

“When in doubt tell the truth.”

“A person who won’t read has no advantage over one who can’t read.”

“Everything human is pathetic. The secret source of humor is not joy but sorrow. There is no humor in heaven.”

“A person with a new idea is a crank until the idea succeeds.”

“If you hold a cat by the tail you learn things you cannot learn any other way.”

“Action speaks louder than words but not nearly as often.”

“It is just like man’s vanity and impertinence to call an animal dumb because it is dumb to his dull perceptions.”

“What a wee little part of a person’s life are his acts and his words! His real life is led in his head, and is known to none but himself.”

“Do the thing you fear most and the death of fear is certain.”

“When a person cannot deceive himself the chances are against his being able to deceive other people.”

“Wit is the sudden marriage of ideas which, before their union, were not perceived to have any relation.”

“Anger is an acid that can do more harm to the vessel in which it is stored than to anything on which it is poured.”

“If you tell the truth, you don’t have to remember anything.”

“Don’t go around saying the world owes you a living. The world owes you nothing. It was here first.”

“When we remember we are all mad, the mysteries disappear and life stands explained.”

“Courage is resistance to fear, mastery of fear, not absence of fear.”

“It’s no wonder that truth is stranger than fiction. Fiction has to make sense.”

“Go to Heaven for the climate, Hell for the company.”

Tiger don’t be blue

16/04/2014

Lara Gasparotto

Lara Gasparotto heet ze, de nieuwe ster aan ons firmament. Amper 25 jaar, but boy what a talent. Geboren in Luik, waar ze ook afstudeerde aan de École Supérieure des Arts SaintLuc, en vertegenwoordigd door de Antwerpse galerie Stieglitz 19. Frivoliteit en levensvreugde, maar ook onschuld en melancholie maken deel uit van de sfeer van haar foto’s. Ik ga er niet te veel woorden aan vuilmaken, oordeel vooral zelf.

Lara Gasparotto 1

Lara Gasparotto 2

Lara Gasparotto 3

Lara Gasparotto 5

Lara Gasparotto 6

Lara Gasparotto 7

Lara Gasparotto 8

Lara Gasparotto 10

Ondertussen heeft Lara ook twee boeken op haar naam staan: Rivages en Sleepwalk.
Meer van dit fraais kan je bewonderen op haar Tumblr.

Thxthxthx – A daily exercise in gratitude

21/04/2013

Leah Dieterich weet als geen ander onze aandacht te vestigen op de schoonheid en poëzie van het alledaagse, zonder een greintje hoogdravendheid. Ze traint zichzelf in dankbaarheid door elke dag een “thank you note” te schrijven.

Afbeelding

Afbeelding

AfbeeldingAfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

Afbeelding

Haar site: thxthxthx
Haar boek: thxthxthx: Thank Goodness for Everything

Lessen van een luiaard – Oblomov

02/04/2013

oblomo_gontcharov_ivan

Boekrecensie – Oblomov

Ik weet niet wat het is met Russische schrijvers, maar ze lijken een voorliefde te hebben voor naïeve hoofdpersonages die te goed zijn voor deze wereld en zich door iedereen in de luren laten leggen, onderwijl hevig heer en weer geslingerd tussen de woeste extremen van ons rijkgeschakeerde emotionele spectrum. De Idioot van Dostojevski is daar het meest schrijnende voorbeeld van en zo ook de tamme goedzak Oblomov, hoofdpersonage uit de gelijknamige roman van Ivan Gontsjarov.

Ook deze Russische klassieker bulkt van de wijze inzichten, al moet je het ervoor over hebben je door een hoop pathetische lyriek te worstelen. Gelukkig weet Gontsjarov als geen ander zwaarmoedige existentiële vraagstukken af te wisselen met subtiele situatiehumor (zoals het eindeloze gekibbel over huiselijke banaliteiten tussen Oblomov en zijn knecht Zachar), waardoor het geheel toch enigszins verteerbaar blijft.

Hieronder 2 typerende fragmenten uit dit meesterwerk:

  • “Hij had echter niet voldoende karakter om openlijk voor deze leer van het goede, van eerbied voor de onschuld uit te komen. In stilte dronk hij het aroma ervan in, maar in het openbaar zong hij vaak mee in het koor der cynici, die al sidderden bij de verdenking alleen, dat zij een eerbaar leven leidden of daar waardering voor hadden, en aan dit ontstuimige koor voegde hij dan nog zijn eigen lichtvaardige woorden toe. Hij had er zich nooit volledig rekenschap van gegeven hoe zwaar een goed, eerlijk en zuiver woord weegt, dat in de stroom van menselijke gesprekken wordt geworpen en hoe diep het er de richting van kan beïnvloeden, hij had er nooit over nagedacht, dat het, wanneer het ferm en luid wordt uitgesproken, moedig en zonder valse schaamte, niet tussen het zinloos gezwets van wereldse spotters verloren gaat, maar als een parel in de diepten van de samenleving zinkt, waar er altijd een schelp voor wordt gevonden. Veel mensen blijven haperend met een kleur van schaamte in hun goede woorden steken en spreken luid en onbevreesd de lichtvaardige woorden uit, niet bedenkend, dat ook deze helaas niet zonder meer verloren gaan, maar een lang spoor van verderf nalaten, dat soms onherstelbaar is.”
  • “Wat was de betekenis van haar tranen, haar verwijten? Was het geraffineerdheid? Maar Olga was niet geraffineerd, dat was duidelijk. Slechts vrouwen met beperkte gaven zijn geraffineerd, bedienen zich van geraffineerde middelen. Door een tekort aan intelligentie houden ze het raderwerk van hun bekrompen, alledaagse bestaan met raffinement op gang, ze weven aan het patroon van hun politiek, zonder te zien, waar de hoofdlijnen van het leven lopen, niet waar ze samenkomen, noch waar ze heengaan. Geraffineerdheid doet aan kleingeld denken, waarvoor men niet veel kopen kan. Zoals kleingeld slechts voor korte tijd toereikend is, zo kan men met geraffineerdheid wel iets verborgen houden, ergens omheen draaien, iemand om de tuin leiden, maar het is onmogelijk er een blik mee te slaan op een verre, wijde horizon, er een grote, belangrijke gebeurtenis van het begin tot het eind mee te overzien. Geraffineerdheid is bijziende. Ze merkt slechts op wat vlakbij is en onderscheidt niets in de verte, daarom loopt ze vaak zelf in de val, die ze voor anderen gezet heeft.”

Ivan Gontsjarov – Oblomov
Uitgeverij: Van Oorschot
Aantal pagina’s: 553
ISBN: 9789028242487

IJskoude douche

06/09/2012

Boekrecensie – Reizen zonder John

De Nederlandse schrijver en journalist Geert Mak, bekroond omwille van zijn “belangrijke en originele bijdrage aan de geschiedschrijving”, komt morgenavond zijn nieuwste boek voorstellen in De Vooruit in Gent. Reizen zonder John heet zijn meest recente turf: een levendig beschreven roadtrip door Amerika, waarbij Mak dezelfde route volgt als de Amerikaanse schrijver John Steinbeck begin jaren ’60 voor zijn Reizen met Charley.

In die jaren vol optimisme, hoop en aantrekkende welvaart (denk aan de opkomst van huishoudapparaten, prefabwoningen en een betaalbare auto voor elk gezin) die ontstonden na de schaarste tijdens WOII reed Steinbeck samen met zijn trouwe metgezel, de Franse poedel Charley, door zijn geboorteland om na te gaan wat er de laatste decennia zoal was veranderd. Mak onderneemt dezelfde zoektocht door het hedendaagse Amerika, met als prangende hamvraag: “Wat is de afgelopen halve eeuw veranderd in Amerika?”.

Wat hij aantreft is een land in een diepe identiteitscrisis. De Amerikaanse samenleving, eens gebouwd op de great American Dream, ziet die droom nu uit elkaar spatten. Bijna de helft van de federale overheidsuitgaven gaat naar defensie en oorlogvoering terwijl publieke voorzieningen zoals scholen, het elektriciteitsnetwerk en het openbaar vervoer in lamentabele staat zijn, de gezondheidszorg enkel is weggelegd voor de mighty few en het doorsnee gezin zijn hele leven gebukt gaat onder enorme schulden. De bijhorende frustraties en miserie zorgen voor een vlucht in een bijna Middeleeuws gedweep met religie en allerlei wereldvreemde, populistische ideeën. De polarisering tussen progressief en conservatief Amerika wordt steeds extremer en de media spelen hier gretig op in (denk aan de oerconservatieve “nieuwszender” Fox, een regelrechte aanfluiting van objectieve, neutrale verslaggeving).

Aan de andere kant staat Amerika een pak verder dan Europa als het gaat om immigratiebeleid: immigranten zijn er veel meer geïntegreerd dan hier. Quote van Mak: “Elk jaar stromen 1 miljoen nieuwe immigranten het land binnen, waardoor de VS jong blijven. In 2050 zal de gemiddelde leeftijd 35 jaar zijn, tegenover 53 in Europa. Anders dan Europa blijven de VS erin slagen om van al die nieuwkomers in één, twee generaties echte Amerikanen te maken. Dat doen ze door een grote immigratiedeal: de overheid steekt al haar energie in de integratie van nieuwkomers, op voorwaarde dat die laatsten ook al hun energie in hun nieuwe thuisland stoppen. In Europa is die wederkerige relatie onbestaand. Landen die zich verzetten tegen immigratie blokkeren simpelweg hun toegang tot de wereld. Neem bijvoorbeeld de link tussen Silicon Valley, de vele Amerikanen van Aziatische oorsprong die er werken en de groeilanden in het Oosten. Bovendien is er nog een neveneffect van de immigratie dat Amerika nog veel ingrijpender zal veranderen. De meerderheid van de baby’s die vandaag in de VS worden geboren, zijn niet langer blank. Obama is dus nog maar het begin van dat nieuwe gezicht van Amerika. Europa onderschat de gevolgen van dat demografische kantelpunt.”

Amerika is dringend toe aan een realitycheck, maar ook het Oude Continent staat een ijskoude douche te wachten.  © RC

Waar? De Vooruit (Theaterzaal) – Gent

Wanneer? vrijdag 7 september 2012 om 20:00u

>>Koop Reizen zonder John – Geert Mak
>>Koop Reizen met Charley – John Steinbeck

Onder de appelboom

16/07/2012

Twee gedichten ter herinnering aan Rutger Kopland, vorige week woensdag overleden op 77-jarige leeftijd.

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland
uit: Onder het vee,
Van Oorschot, Amsterdam 1966

***

Vertrek van dochters

Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.

En gevoeld en geroken als ze me kusten,
een huid en een haar die niet meer voor mij
waren bedoeld, niet zoals vroeger,
toen we de tijd nog hadden.

Er was in ons huis een wereld van verlangen,
geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun
kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
zouden nemen, hun herinneringen.

Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies datzelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.

Rutger Kopland
uit: Dit Uitzicht
Van Oorschot, Amsterdam, 1982

Submicroscopische momenten

25/06/2012

“Het echte leven is niet herleidbaar tot woorden die gesproken of geschreven worden, door wie dan ook, ooit. Het echte leven vindt plaats als we alleen zijn, denkend, voelend, verzonken in herinneringen, in dromerige zelfbespiegelingen, de submicroscopische momenten.” (Don Delillo – Het Punt Omega)

Dealing with the Wall Street rats

22/04/2012

Dat Obama geen dommekloot is, is een understatement van jewelste. In onderstaand filmpje zien we hem van zijn beste kant tijdens een harde confrontatie met het zelfgenoegzame Wall Street-tuig dat mee aan de basis ligt van de huidige financiële crisis. Met de doelgerichtheid, de koelbloedige zelfbeheersing en het supersonisch analytisch vermogen die we ondertussen van ons Barack gewoon zijn. What a treat that man is!

Boekentip voor wie meer wil weten over de crisis en enkele van de mechanismen die eraan ten grondslag liggen: het schitterende relaas “The Big Short” van Wall Street chroniqueur Michael Lewis. Opgelet: een basiskennis van bankjargon is geen overbodige luxe.

Wij veroorzaken elkaar

26/01/2012

Thuiskomst

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten.
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.

(uit: ‘Waar de engel gaat’ – Bernard Dewulf)

http://www.gedichtendag.com/

Kleiner hart, kortere armen

14/11/2011

In de herfst heb ik anders lief.
Met een kleiner hart, met kortere armen,
met meer misschien,
minder u
en meer mij.

Trager ook, met meer afscheid
in mijn streling, meer gedachten
in m’n handen. Stiller. Vager.

Voorlopiger.

(“In de herfst heb ik anders lief” uit “Vlees mij!” van Stijn Vranken – Foto door WWWest op deviantART)

Ne faites pas de suppositions

24/09/2011

Wijze woorden van Don Miguel Ruiz over onze neiging om over alles en iedereen veronderstellingen te maken en welke schadelijke gevolgen dat heeft.

“Nous avons tendance à faire des suppositions à propos de tout. Le problème est que nous croyons ensuite qu’elles sont vérité. Nous serions prêt à jurer de leur véracité. Nous faisons des suppositions sur ce que les autres font ou pensent, fort de quoi nous en faisons une affaire personnelle, puis nous leur en voulons et nous leur communiquons du « poison émotionnel » par nos propos. Voilà pourquoi chaque fois qu’on fait des suppositions, qu’on prête des intentions à autrui, on crée des problèmes.

Rien qu’en faisant des suppositions et en prenant tout ce qui nous arrive personnellement, nous créons énormément de « poison émotionnel », parce qu’ensuite nous médisons sur la base de celles-ci. Très souvent nous avons peur de demander des explications, on prête des intentions à autrui, on fait des suppositions que l’on croit être vraies ; ensuite, on défend ces suppositions et on donne tort à l’autre. Il est préférable de poser des questions que de faire des suppositions, parce que celles-ci nous programment à souffrir.

Il est très intéressant de voir comment l’esprit humain fonctionne. Nous avons besoin de tout justifier, de tout expliquer, de tout comprendre, afin de nous rassurer. Il y a des millions de questions auxquelles nous cherchons les réponses, car il y a tant de choses que notre esprit rationnel ne peut expliquer. Peu importe que la réponse soit correcte ; le seul fait de trouver une réponse nous rassure. C’est pour cela que nous faisons des suppositions.

Les gens nous disent une chose : nous faisons des suppositions sur ce que sont leurs motivations. Ils ne nous disent rien ? Nous faisons alors d’autres suppositions destinées à combler notre besoin de savoir et à remplacer celui de communiquer. Même lorsqu’on entend quelque chose qu’on ne comprend pas, on fait des suppositions sur ce que cela signifie, puis on les croit. Nous ne cessons de supposer, parce que nous n’avons pas le courage de poser des questions.

On suppose que tout le monde voit la vie comme nous la voyons. On suppose que les autres pensent comme nous pensons, qu’ils ressentent les choses comme nous les ressentons, qu’ils jugent comme nous jugeons. Voilà la supposition la plus importante que font les humains. C’est la raison pour laquelle nous craignons d’être nous-mêmes avec les autres, car nous pensons qu’ils vont nous juger et nous critiquer, comme nous le faisons nous-mêmes. C’est pourquoi, avant même que les autres puissent nous rejeter, nous nous sommes déjà rejetés nous-même. On fait également des suppositions sur soi-même, ce qui provoque beaucoup de conflits intérieurs: « Je pense que je suis capable de faire telle chose. ». Vous supposez cela, puis vous découvrez que ce n’est pas le cas. Vous vous surestimez ou vous vous sous-estimez tout le temps, parce que vous ne prenez pas le temps de vous poser des questions et d’y répondre.

Le meilleur moyen de vous empêcher de faire des suppositions est de poser des questions. Vérifier que vos communications soient claires. Si vous ne comprenez pas, demandez. Ayez le courage de poser des questions jusqu’à ce que tout soit aussi clair que possible. En communiquant clairement, toutes vos relations vont changer. Vous n’aurez plus besoin de faire des suppositions, car tout deviendra clair. « Voici ce que je veux » ; « Voilà ce que vous voulez ».

(Don Miguel Ruiz – Les Quatre Accords toltèques / Engelse titel : The Four Agreements)

Een aanslag op de goede zeden

13/06/2011

“Ginsberg is both tragic and dynamic, a lyrical genius, con man extraordinaire and probably the single greatest influence on American poetical voice since Whitman.” — Bob Dylan

Filmrecensie – HOWL

San Francisco, 1957. Poëet Allen Ginsberg (James Franco) wordt samen met zijn uitgever aangeklaagd voor zijn controversiële gedicht “Howl”. Een proces dat in de media al snel de bijnaam “The Obscenity Trial” krijgt en door een groot deel van de Amerikanen met argusogen wordt gevolgd. Het gedicht zou lasterlijk zijn en de goede smaak en zeden van de brave burgers aantasten. Het schandaalproces wordt een symbool voor de kloof die eind jaren ’50 ontstaat tussen enerzijds de opkomende Beat Generation of “San Francisco Renaissance” – een literaire beweging van bohemiens die aan de Amerikaanse Westkust begint en staat voor (seksuele) vrijheid, tolerantie ten opzichte van andere culturen, literatuur, poëzie, jazz en drugs – en anderzijds de oerconservatieve Amerikaanse burgerij. De meningen over het gedicht verdelen de Amerikaanse samenleving: wat voor de één een baanbrekend literair meesterwerk is, is voor de ander een obsceen, pornografisch werk dat enkel aan een zieke en sensatiebeluste geest ontsproten kan zijn.

The Obscenity Trial That Started a Revolution. The Poem That Rocked a Generation.

“There are books that have the power to change men’s minds”

De film HOWL toont ons het leven van de jonge dichter Allen Ginsberg. Hoe hij verliefd wordt op schrijver Jack Kerouac (dat andere icoon van de Beat Generation), hoe hij worstelt met zijn geaardheid en hoe zijn onderdrukte gevoelens tot uiting komen in “Howl”, een gedicht dat bol staat van verwijzingen naar seks, meer bepaald seks tussen mannen. Het hoeft niet te verbazen dat een storm van protest uitbreekt wanneer Howl wordt gepubliceerd. Ironisch genoeg krijgt het werk net door dit protest en het schandaalproces dat erop volgt de status van icoon. Het wordt een symbool van onderdrukking voor de opkomende generatie jongeren die niet langer genoegen nemen met het strenge keurslijf dat hen wordt opgelegd door de conservatieve naoorlogse samenleving.

HOWL wisselt gebeurtenissen uit heden en verleden af met flarden animatie en fragmenten uit het gedicht. De animatie is gebaseerd op werk van grafisch kunstenaar Eric Drooker. Geen toeval als je weet dat de man in 1996 door Ginsberg zelf werd gevraagd om een bundel met verzameld werk, getiteld Illuminated Poems, te illustreren. Spijtig genoeg is de animatie niet altijd even goed uitgewerkt en hier en daar zelfs wat houterig. Daarom waren sommige bewegende beelden beter vervangen geweest door stilstaande opnames van Drookers werk. De impact ervan was waarschijnlijk groter geweest.

Deze kritische noot ter zijde, is deze semidocumentaire zeker de moeite waard om te bekijken. Althans voor wie geïnteresseerd is in de Beat Generation en het werk van Allen Ginsberg. Mensen die geen enkele interesse hebben voor poëzie zullen zich waarschijnlijk doodergeren aan deze prent. In elk geval kan het geen kwaad om wat achtergrondinfo over Ginsberg en zijn gedicht op te zoeken alvorens je aan de film te wagen. HOWL is volledig opgebouwd rond stukken tekst uit interviews met Ginsberg, brieven van de schrijver en fragmenten uit het gedicht. Daardoor is het een tamelijk veeleisende film die niet altijd even gemakkelijk te volgen is. Het regisseursduo, Rob Epstein en Jeffrey Friedman, maakt om de haverklap chronologische sprongen tussen heden (kleur), verleden (zwart-wit) en de surrealistische dimensie van de poëzie (animatie). Ook de tekst springt onaangekondigd heen en weer van dialogen over proza naar poëzie en omgekeerd. Dit alles op een soundtrack die uitsluitend uit jazz bestaat, tevens kenmerkend voor de Beat Generation.

“You can’t translate poetry into prose. That’s why it’s poetry.”

Als de “taal” van deze film dus ietwat wispelturig en onsamenhangend overkomt, dan heeft dat waarschijnlijk te maken met wat één van de verdedigers van Ginsberg op het proces naar voren brengt: “You can’t translate poetry into prose. That’s why it’s poetry.”. Hetzelfde geldt voor film en poëzie, twee vormen van expressie die even verschillend als onverzoenbaar zijn. Toch hebben Epstein en Friedman met HOWL een interessante dialoog tussen beide teweeg gebracht en zijn ze erin geslaagd inzicht te geven in de tijdsgeest van de jaren ’50 en de veranderingen die Beatniks als Ginsberg en Kerouac teweegbrachten in de literaire wereld en de maatschappij in het algemeen.   © RC

HOWL
Regisseur/ producent: Rob Epstein en Jeffrey Friedman
Cast: James Franco, David Strathairn, Jon Hamm, Alan Alda, Jeff Daniels
Duur: 86 min

Eric Drooker over zijn relatie met Ginsberg en het werk dat hij maakte voor HOWL:

De televisie sneeuwt, de kraan lekt en de stoelen kraken

07/06/2011

Alleen is een kamer

Alleen is een kamer
zonder raam
dat uitziet op een stad vol fantastische mensen
in twee categorieën:
zij die jou niet kennen
en zij die niet van je houden.

Het is de kamer waar de deur wijd openstaat
omdat een oude vriend ze niet heeft dichtgedaan,
toen hij drie maanden geleden langskwam
om te vragen waar je ex tegenwoordig woont.
En om je boormachine te lenen.

Alleen is de kamer waar de telefoon nog
in de verpakking zit, waar de post bestaat uit
ongeadresseerd drukwerk en heel soms
een brief, gericht aan de vorige huurder.

Het is de kamer waar de klok op te laat staat,
de televisie sneeuwt, de kraan lekt en de stoelen
kraken. Waar planten zich bukken als je ertegen
praat, waar de hond wegvlucht als je hem roept
en waar de vissen altijd
aan de áchterkant van de bokaal zwemmen.

Alleen is de kamer waar ’s avonds,
wanneer de stilte geeuwt,
en je maar weer ravioli uit blik eet,
plots het licht uitvalt.

En dan, op straat iemand naar je roept (…)

Of nee,
toch niet.

(uit Vlees mij! – gedichten van Stijn Vranken)

Go spend some time in another place

18/05/2011

Fragment uit een interview met auteur Jonathan Franzen:

“I think novelists nowadays have a responsibility—whether or not my contemporaries are actually living up to it—to make books really, really compelling. To make you want to turn off your phone and walk away from your Internet connection and go spend some time in another place. I’m trying to fashion something that will actually pull you away, so I’m certainly conscious of the tension between the solitary world of reading and writing, and the noisy crowded world of electronic communications.
I continue to believe it’s a phony palliative, most of the noise. You have the sense of “Oh yeah, I’m writing in my angry response to your post, and now I’m flaming back the person who flamed me back for my angry response.” All of that stuff, you have the sense, “Yeah, I’m really engaged in something. I’m not alone. I’m not alone. I’m not alone.” And yet, I don’t think—maybe it’s just me—but when I connect with a good book, often by somebody dead, and they are telling me a story that seems true, and they are telling me things about myself that I know to be true, but I hadn’t been able to put together before—I feel so much less alone than I ever can sending e-mails or receiving texts. I think there’s a kind of—I don’t want to say shallow, because then I start sounding like an elitist. It’s kind of like a person who keeps smoking more and more cigarettes. You keep giving yourself more and more jolts of stimulus, because deep inside, you’re incredibly lonely and isolated. The engine of technological consumerism is very good at exploiting the short-term need for that little jolt, and is very, very bad at addressing the real solitude and isolation, which I think is increasing. That’s how I perceive my mission as a writer—and particularly as a novelist—is to try to provide a bridge from the inside of me to the inside of somebody else.”

Via Madame Librarian.

Lees het volledige interview hier.

Vleeskathedraal

16/05/2011

“Nee. Ga eens naar Arthur Avenue, Matty. Kijk daar naar de winkels en naar de mensen die er boodschappen doen, en naar de mensen die de vis afwegen en het vlees snijden. Daar zul je van opfleuren. Laatst nam ik je moeder mee naar de varkensslager om haar daar het plafond te laten zien. Honderden worsten hangen daar, net een hoorn des overvloeds, en het wemelde er van de luchtjes en de verschillende soorten, het hele plafond hing vol. Ik zei: kijk, Rosemary. Een gotische kathedraal van varkensvlees.” (Don Delillo – Onderwereld)

Once you’re past thirty, you turn bitter

11/04/2011

Voilà. Nog één jaar te gaan en we zijn officieel dertig. Afgaande op de volgende twee quotes van Douglas Coupland kan ik niet zeggen dat ik reikhalzend uitkijk naar dat ronde getal.

“You’ve had most of your important memories by the time you’re thirty. After that, memory becomes water overflowing into an already full cup. New experiences just don’t register in the same way or with the same impact. I could be shooting heroin with the Princess of Wales, naked in a crashing jet, and the experience still couldn’t compare to the time the cops chased us after we threw the Taylors’ patio furniture into their pool in eleventh grade.” (Life after God)

“I curled myself into a ball and cried quietly, doing that thing that only young people can do, namely, feeling sorry for myself. Once you’re past thirty you lose that ability; instead of feeling sorry for yourself you turn bitter.” (Eleanor Rigby)

“We willen stenen in een veld zijn”

11/03/2011

Vorig jaar verscheen de ondertussen 16de roman van Don Delillo, Het Punt Omega. Een term ontleend aan het gedachtegoed van de Franse filosoof Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) die verwijst naar het eindpunt van de menselijke evolutie. En meteen ook een voorbode van de existentiële thema’s die in dit kleine meesterwerk aan bod komen: tijd, vergankelijkheid, evolutie en de relatie tussen het bewustzijn en de materie waaruit elk van ons bestaat. Met zijn luttele 119 pagina’s bevat Het Punt Omega meer waarheid en waardevolle inzichten dan het gros van de turven die mijn nachtkastje zijn gepasseerd.

Woestijn van Nevada

De verhaallijn van Het Punt Omega is verbluffend eenvoudig: twee mannen voeren een gesprek in een barak ergens diep in de woestijn van Nevada. Jim Finley, maker van experimentele documentaires, zoekt er Richard Elster op, een academicus op rust die al jaren een teruggetrokken bestaan leidt. Jim wil een film maken over de omstreden samenwerking die professor Elster enkele jaren geleden aanging met het Pentagon. Zijn opdracht was toen om als adviseur een context te creëren die de inval in Irak (2003) aannemelijk zou doen lijken.

Jim gaat ervan uit dat hij hooguit twee dagen na zijn aankomst terug op het vliegtuig richting New York zal zitten, maar 12 dagen later zit hij nog steeds in de hete woestijnzon tegenover de norse Richard Elster. Nog steeds zonder toestemming voor de film die hij koste wat kost wil maken. De gesprekken tussen beide heren verlopen aanvankelijk wat stroef en afstandelijk, maar daar komt verandering in wanneer Richards dochter Jessie op bezoek komt. Meteen ontstaat een nieuwe dynamiek tussen de personages. Richard, die zijn dochter op handen draagt, toont zich een stuk inschikkelijker en tussen Jim en Jessie ontstaat een onuitgesproken seksuele spanning. Tegen de achtergrond van een eindeloze zandvlakte en eeuwenoude rotsformaties laten Jim en Richard hun gedachten de vrije loop, mede onder invloed van brandy en de verzengende hitte. Alles lijkt goed te gaan tot Jessie plots op mysterieuze wijze verdwijnt.

Ideeënroman

Dat de verhaallijn van dit boek weinig om het lijf heeft, deert niet in het minst. Don Delillo gebruikt zijn personages en de schaarse gebeurtenissen namelijk enkel als “kapstok” om zijn ideeën aan op te hangen. En dat zijn er heel wat. Enkele thema’s die aan bod komen zijn tijd, vergankelijkheid, angst en de relatie tussen de materie en het bewustzijn waaruit elk van ons bestaat. Dat menselijke bewustzijn heeft volgens Delillo stilaan zijn verzadigingspunt (“het punt Omega”) bereikt. Enkele quotes ter illustratie:

• “En de vormen die tot aanzijn kwamen. Het glijden op de buik, het kruipen, het zitten op de achterpoten, het wezen met bewustzijn, het wezen met zelfbewustzijn. Ruwe materie wordt tot analytisch menselijk denken. De prachtige complexiteit van onze geest.”

• “Bewustzijn vermeerdert zich. Het verwerft het vermogen om zich van zichzelf bewust te worden. Het heeft iets wiskundigs, vind ik. Er lijkt haast wel een wiskundige of natuurkundige wet te zijn, waar we nog niet echt op gestuit zijn, die de geest tot een inwaartse transcendentie brengt, doet aanlanden op het punt Omega. Wat er ook met die term bedoeld mag zijn, als er al een betekenis was, als het geen voorbeeld is van taal die hulpeloos naar een idee buiten onze ervaring zoekt.”

• “De materie wil van het bewustzijn af. Wij zijn het denken en voelen waartoe de materie zich ontwikkeld heeft, en het wordt tijd om dat allemaal weer op te doeken. Dat is wat ons nu beweegt. We willen weer de dode materie worden die we ooit waren … Het bewustzijn is uitgeput. Nu komt de terugkeer naar de anorganische materie. En dat is wat we willen. We willen stenen in een veld zijn.”

Delillo is spaarzaam met woorden en weet ingewikkelde filosofische inzichten krachtig en gebald weer te geven. Elk woord dat hij gebruikt draagt bij tot de inhoud. Deze ingedikte, uitgepuurde schrijfstijl is iets waar veel auteurs een voorbeeld aan zouden mogen nemen (ja, Russische schrijvers, ik heb het tegen jullie).

Kort samengevat:
1- Liefhebbers van verhaaltjes laten dit boek beter ter zijde liggen, want bijster veel actie valt er niet te rapen.
2- Het Punt Omega is het soort boek dat je gerust om de zoveel tijd uit je boekenkast mag halen om te herlezen.
3- Don Delillo is één van de meest indrukwekkende schrijvers van zijn tijd.

© RC

Don Delillo – Het Punt Omega (Oorspronkelijke titel: Point Omega)
Uitgeverij: Anthos
Aantal pagina’s: 119
ISBN: 978-90-414-1568-4

Kindertijd

03/03/2011

“Voor ik in slaap viel, eindelijk, lag ik aan mijn kindertijd te denken, toen ik me vaak het einde van de eeuw probeerde voor te stellen, en hoe veraf dat nog was en hoe vreemd, en dan berekende ik in mijn hoofd hoe oud ik zou zijn als de eeuw eindigde, in jaren, maanden en dagen, en kijk nu eens, ongelooflijk, hier zitten we, zes jaar in de nieuwe eeuw en ik realiseer me dat ik nog altijd dat magere jochie ben, hoezeer mijn leven door hem overschaduwd wordt, dat ik op straat nog steeds niet op barsten in de stoeptegels stap, niet uit bijgeloof maar als een test, een kwestie van discipline, doe ik nog steeds.”

(Don Delillo – Het Punt Omega)

Foto: www.stuckincustoms.com

Herinnering

08/02/2011

Herinnering
is net een maniak
aan de telefoon
die maar niet ophoudt
met bellen.

(Liefde is business – Arnon Grunberg)

Weegschaal

21/01/2011

Zelfs de weegschaal waarop zij staat
kan wat verdwijnt niet langer aan,
wil elke ochtend toch weer zien
hoeveel haar laken van haar steelt,
heeft heimwee naar haar molligheid.

O de weegschaal weet maar half
hoeveel zij weegt voor mij, altijd.
Hoeveel maar van me overblijft
wanneer men háár aftrekt van mij.

Wie wil, wie wil een stuk van haar?
Laat mij een bril, een sjaal, één lok,
maar laat mij iets.
Zij weegt nog alles met haar haar.
Kaal weegt zij niets.

(Luuk Gruwez, K III Weegschaal)

Oude foto’s

05/01/2011

“When you see old photos, you can’t help but wonder at just how sweet and sad and innocent all moments of life are rendered by the tripping of a camera’s shutter, for at that point the future is still unknown and has yet to hurt us, and also for that brief moment, our poses are accepted as honest.”  (Douglas Coupland)

.

Silent moments

14/12/2010

Quote uit Life After God van Douglas Coupland:

“My mind then wandered. I thought of this: I thought of how every day each of us experiences a few little moments that have just a bit more resonance than other moments—we hear a word that sticks in our mind—or maybe we have a small experience that pulls us out of ourselves, if only briefly—we share a hotel elevator with a bride in her veils, say, or a stranger gives us a piece of bread to feed to the mallard ducks in the lagoon; a small child starts a conversation with us in a Dairy Queen …

And if we were to collect these small moments in a notebook and save them over a period of months we would see certain trends emerge from our collection—certain voices would emerge that have been trying to speak through us. We would realize that we have been having another life altogether; one we didn’t even know was going on inside us. And maybe this other life is more important than the one we think of as being real—this clunky day-to-day world of furniture and noise and metal. So just maybe it is these small silent moments which are the true story-making events of our lives.”

Over schoonheid, angst en geluk

12/11/2010

Vandaag staat in De Standaard online een interessant interview met de Amerikaanse schrijver Michael Cunningham over zijn nieuwste roman Bij het vallen van de avond, waarin het onder andere gaat over schoonheid, angst en geluk. Deze twee quotes zijn alvast het vermelden waard:

“Elk oprecht eerbetoon aan de wereld noem ik schoonheid. Alles wat louter sentimenteel of decoratief is, is geen echte schoonheid voor mij. Schoonheid heeft ook te maken met mysterie en met verschrikking. ‘Schoonheid is niets anders dan het begin der verschrikking’, zo citeer ik Rilke aan het begin van mijn roman. Echte schoonheid maakt ons bang, is niet geruststellend. Ik denk dat angst steeds belangrijker wordt in kunst, vooral omdat ze ook in onze levens zo belangrijk is geworden. Er is veel om bang voor te zijn: de opwarming van de aarde, globale oorlogen. Hedendaagse kunst moet die angst onder de loep nemen en dat is bijvoorbeeld wat Damien Hirst doet.”

“Al ben ik zelf niet op zoek naar dat duistere, toch gruw ik van de geluksepidemie, die door de VS woedt en die zeker niet typisch is voor New York alleen. Het donkere wordt overal geweerd en weggeschrobd. Amerikanen rekenen erop dat ze altijd en overal gelukkig zijn. Dat voelt oppervlakkig en beperkt voor mij. Ook al ben ik op zoek naar geluk, ik vind dat verdriet een mensenleven rijker maakt, net als woede, nijd en afgunst. Er is een tendens in de VS om elk gevoel dat afwijkt van geluk te neutraliseren met een pil en daar walg ik van. Ik vind dat het aan de romanschrijvers is om ook over die donkere kanten te schrijven.”

Het volledige artikel kan je lezen op de site van De Standaard.

On est quelquefois aussi différent de soi-même que des autres

10/11/2010

Als geen ander beheerst Jonathan Franzen de kunst om menselijke relaties en de dynamiek ertussen weer te geven. In zijn derde roman De Correcties (2001) keerde hij het leven van de familie Lambert binnenstebuiten en doorheen de bijna 600 bladzijden van zijn laatste boek Vrijheid (2010) doet hij hetzelfde met het gezin Berglund. Vrijheid vertelt de geschiedenis van een hedendaags Amerikaans gezin, hier en daar opgeluisterd met kritische kanttekeningen over de politieke, maatschappelijke en economische realiteit van Amerika en de wereld in het algemeen. Franzen belicht al onze kleine kantjes, angsten en onzekerheden zonder daarbij in meedogenloos cynisme of moraliserend gezwam te vervallen. Vrijheid is een boek geworden waarin elk van ons zich kan herkennen als we eens vijf minuten eerlijk zijn tegen onszelf.

Het boek begint met een omschrijving van Patty en Walter Berglund zoals de buren hen zien: Patty als de sportieve en bijna ergerlijk perfecte huisvrouw die nooit last heeft van een slecht humeur en steevast koekjes bakt voor de verjaardag van de buren en Walter als de doodeerlijke maar ietwat sullige huisvader die zich meer bekommert om het behoud van enkele bedreigde vogelsoorten dan om zijn eigen vrouw en kinderen.

Vanaf het tweede hoofdstuk zien we de Berglunds vanuit het standpunt van Patty, die als autobiografe haar eigen leven en dat van haar gezin vertelt en meteen ook een heel ander licht werpt op het beeld dat je aanvankelijk over de personages had. Ze blikt terug op haar leven als kind en later als studente, wanneer ze Walter leert kennen samen met zijn charismatische kotgenoot Richard, een rebelse muzikant en fulltime rokkenjager en meteen ook het derde hoofdpersonage van dit boek. Franzen zoomt constant in en uit op de complexe haat-liefdeverhoudingen tussen Patty en Walter, Walter en Richard en uiteindelijk ook Patty en Richard.

De sterkte van Franzens personages zit vooral in de genuanceerde karakterbeschrijvingen. In Vrijheid komen geen eenzijdig goede of slechte, sterke of zwakke personages voor; enkel mensen van vlees en bloed die onderhevig zijn aan gevoelens van hoop, teleurstelling, opstandigheid, angst, boosheid en depressie en die zich naargelang de situatie en de periode in hun leven helemaal anders gaan gedragen. Of zoals de Franse schrijver F. de La Rochefoucauld ooit zei: “On est quelquefois aussi différent de soi-même que des autres”.

Vrijheid volgt de personages op hun innerlijke reis naar volwassenheid, die onvermijdelijk wordt gekenmerkt door ups en downs, om te eindigen bij aanvaarding en schoonheid. © RC

Titel: Vrijheid (oorspronkelijke titel: Freedom)
Auteur: Jonathan Franzen (vertaling: Peter Abelsen)
Uitgeverij: Prometheus
Aantal pagina’s: 588
ISBN: 978 90 446 1439 8

Het leven is een feest waarop niet iedereen welkom is

01/10/2010

De 24-jarige Belgische cartoonist en illustrator Brecht Evens (1986) bracht vorig jaar zijn vierde boek uit, de grafische novelle Ergens waar je niet wil zijn. Al bij de kaft ben je verkocht door de spetterende kleuren en de originele tekenstijl.

Donker en broeierig

Op het eerste zicht lijkt de verhaallijn van Ergens waar je niet wil zijn zeer eenvoudig. We volgen het nachtleven van enkele twintigers die elkaar thuis en in de nachtclub Disco Harem opzoeken, een donker en broeierig oord waar allerlei flamboyante en artistieke figuren elkaar vinden. De meeste personages kennen elkaar van vroeger, maar lijken in de loop der jaren wat uit elkaar gegroeid. Hoewel de uitbundige feestjes de achtergrond vormen waartegen het verhaal zich afspeelt, gaat dit boek niet enkel over amusement. Integendeel. Het lijkt wel alsof Brecht Evens het feestgedruis juist gebruikt om gevoelens van onzekerheid, eenzaamheid en ontreddering extra in de verf te zetten.

Bonte mensenmassa

En dat “in de verf zetten” mag je zeer letterlijk nemen. Alle scènes zijn opgebouwd uit in elkaar overvloeiende lijnen en vlakken van verdunde ecoline, waarop hier en daar enkele personages en details met scherpe contouren zijn uitgewerkt. Dat levert bladzijde na bladzijde prachtige schilderijen op, waarin het kleurgebruik niet zonder betekenis is. Zo wordt de populaire en charismatische Robbie steevast weergegeven in een schakering van levendige en rijke blauwtinten, terwijl de onzekere en timide Gert als een transparante grijze muis door het verhaal sluipt. Het contrast kon niet duidelijker zijn. Doordat elk personage zijn eigen kleurenpallet heeft, blijven ze herkenbaar in de grote, bonte mensenmassa’s die de bladzijden vullen. Alle scènes zijn zeer zwierig getekend, met verdraaide perspectieven en zonder tekstballonnen of omkadering, wat het geheel een opzwepend soort beweging en ritme meegeeft. Alsof je er zelf bij bent.

Tussen de hoofdpersonages en de figuranten bestaat overigens een zeer levendige interactie. Zo verwijst één van de achtergrondfiguren op een bepaald moment letterlijk naar zijn werk als figurant, waarna hij even snel weer uit het beeld verdwijnt. Het boek zit vol met dergelijke kleine verwijzingen, die bij elke nieuwe leesbeurt beetje bij beetje aan de oppervlakte komen.

Momenteel is Brecht Evens aan een nieuw boek bezig, waarin zijn enorme grafisch talent ongetwijfeld nog verder zal evolueren. Op zijn site krijg je alvast een voorsmaakje van zijn nieuwe werk. In afwachting daarvan is er dus Ergens waar je niet wil zijn. Doe jezelf een plezier en koop dit boek nu meteen. © RC

Ergens waar je niet wil zijn (2009)

Scenario en grafisch werk: Brecht Evens
Uitgeverij Oogachtend
Prijs: 24 euro
ISBN: 9789077549513

The best thing for being sad

27/09/2010

Quote van de dag: fragment uit The Once and Future King van T.H. White.

“The best thing for being sad,” replied Merlin, beginning to puff and blow, “is to learn something. That is the only thing that never fails. You may grow old and trembling in your anatomies, you may lie awake at night listening to the disorder of your veins, you may miss your only love, you may see the world about you devastated by evil lunatics, or know your honor trampled in the sewers of baser minds. There is only one thing for it then – to learn. Learn why the world wags and what wags it. That is the only thing which the mind can never exhaust, never alienate, never be tortured by, never fear or distrust, and never dream of regretting. Learning is the thing for you.”

Superleuk, maar voortaan zonder mij

08/09/2010

Aanstaande zondag is het precies 2 jaar geleden dat de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace (1962 – 2008) een eind maakte aan zijn leven. Een slag in het gezicht van de literaire wereld en zijn omgeving, die een ongelooflijk intelligente, gevoelige en aimabele mens verloor. David Foster Wallace werd door The Los Angeles Times uitgeroepen tot een van de meest innovatieve en invloedrijke schrijvers van de laatste 20 jaar.

Gestikt door een grammaticale fout

Toen Wallace als kind een grammaticale fout durfde te maken veinsde zijn moeder steevast een zware hoestbui die bleef aanhouden en steeds erger werd tot hij zijn fout zelf had uitgedokterd en gecorrigeerd. Later schreef hij dat hij het, achteraf bekeken, gruwelijk vond om een kind te laten opgroeien met het idee dat een taalkundige fout zijn moeder kon doen stikken.

Deze absurde anekdote geeft misschien iets meer inzicht in de overdreven zelfbewuste en neurotische persoonlijkheid die David Foster Wallace gaandeweg ontwikkelde. Als student werd al snel duidelijk dat hij hoogintelligent was. Hij was extreem verlegen en had een bijna ongezonde interesse voor complexe filosofie en wiskunde. Na zijn studies kreeg hij een job aangeboden als hoogleraar Engelse literatuur in Claremont, wat hij combineerde met het schrijven van boeken. Zijn eerste roman The Broom of the System (1987) werd overal vol lof onthaald, en met zijn volgende boeken kreeg hij een steeds grotere schare fans achter zich. Typerend voor zijn schrijfstijl was zijn bruisende en originele woordenschat, zijn uiterst scherpzinnige observatievermogen en zijn fijne (vaak zwarte) humor.

Entertainment en depressie

In 1996 verscheen de roman Infinite Jest, een parodie op het Amerika van de toekomst waarin thema’s als populaire cultuur, entertainment, krankzinnigheid, depressie en druggebruik aan bod kwamen. Wallace wist geen raad met de verpletterende media-aandacht die hij kreeg na het verschijnen van dit boek en trok zich terug uit het openbare leven. Al sinds zijn twintigste ging hij regelmatig gebukt onder zware depressies en die zouden hem zijn hele leven blijven achtervolgen. Dankzij antidepressiva slaagde hij er, godzijdank, in om gedurende langere perioden productief te zijn. Op 12 september 2008 verloor hij echter definitief de moed en verhing hij zich in zijn huis in Californië.

The Los Angeles Times riep Wallace uit tot een van de meest innovatieve en invloedrijke schrijvers van de laatste twintig jaar. Een terecht eerbetoon, want slechts weinigen hebben het talent om zulke rake ontledingen te maken van de enorme omwentelingen die onze maatschappij de laatste decennia heeft ondergaan, mede door de opkomst van het internet en de digitale cultuur.

Tip: Ben je van plan één van zijn boeken te lezen, doe jezelf dan een plezier en begin niet met Infinite Jest. Dit boek is nog niet in het Nederlands vertaald, telt 1079 bladzijden (waarvan er 100 uitsluitend aan voetnoten zijn besteed) en heeft een zeer complexe verhaalstructuur en dito woordenschat.

Wel aan te raden (en in het Nederlands vertaald):

  • A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again (“Superleuk, maar voortaan zonder mij”)
  • The Broom of the System (“De bezem van het systeem”)

Zijn bibliografie vind je op deze pagina.

Hieronder een interview met David Foster Wallace, in 4 delen:

© RC




Baudelaire in Cyberspace

05/08/2010

Laat je niet afschrikken door de lelijke voorflap, dit boek moet je gelezen hebben! Baudelaire in Cyberspace is een uitgeschreven weergave van een tiental dialogen tussen filosoof Antoon Van den Braembussche en wetenschapper/ kunstenaar Angelo Vermeulen.

Het eerste gesprek vertrekt vanuit de wetenschap, om geleidelijk aan te vertakken naar heel uiteenlopende thema’s als esthetiek, hedendaagse kunst, geweld, sadisme, horror, geschiedenis, metafysica, filosofie, digitale cultuur, games, angst, het sublieme, enzovoort.

Hoewel je even moet wennen aan de dialoogvorm is dit boek zeker de moeite waard. Door hun verschillende achtergronden kijken Antoon Van den Braembussche en Angelo Vermeulen vanuit een heel ander perspectief naar de dingen, wat de dialogen en inzichten zeer fris en vernieuwend maakt. Ondanks de academische achtergrond van beide sprekers is Baudelaire in Cyberspace zeer leesbaar geschreven (met uitzondering van hier en daar een wat wetenschappelijke alinea) en geeft het op een ongedwongen manier inzicht in de relaties tussen allerlei actuele thema’s die op het eerste zicht weinig of niets met elkaar te maken hebben. Verplicht leesvoer!

Baudelaire in Cyberspace – Dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur
ISBN 978-90-5487-509-3

Bestellen kan via VUB Press.
E-mail: info@aspeditions.be

Hellehonden en gehoornde dames

14/07/2010

Amper 25 is ze, maar tekenen doet ze als een virtuoos. De Canadese Joy Ang heeft Aziatische roots en dat merk je meteen aan haar werk. Vooral de Oosterse thema’s en het typisch Chinese bloedrood dat in veel van haar werken terugkomt, zijn een weggevertje. Haar adembenemende tekeningen spetteren van het doek door de levendige kleuren, vloeiende bewegingen en weldoordachte composities. In veel van haar tekeningen hangt een surreële, dromerige sfeer. Combineer dat met een voorliefde voor mythische creaturen zoals eenhoorns, hellehonden en gehoornde dames met lange klauwen, en je krijgt het ideale illustratiemateriaal voor allerlei fantastische verhalen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Joy Ang al heel wat kinderboeken heeft geïllustreerd. Ze houdt van symboliek en subtiliteit en zegt daarover het volgende: “My passion has been art for as long as I can remember. With my art I strive for one main goal, and that is to stir the emotions from those who view it. I admire subtlety and believe that as much can be said through it as exaggeration.”.

Ondanks haar prille leeftijd werkte Joy Ang al mee aan verschillende projecten, waaronder het boek The Anthology Project, dat ze samen met een reeks andere grafisch kunstenaars maakte. Ook Marvel Comics (bekend van o.a. Spider-Man en The X-Men) en Nokia maakten al gebruik van haar tekenkunsten en ik voorspel dat het niet lang meer zal duren voor ook andere grote bedrijven haar ontdekken.

http://www.joyang.ca/